Dag 4 - maandag 13 juni.
Op maandag stonden er opnieuw enkele tempels op het programma nl. de Wat Arun en de Wat Po.
Het leuke aan de Wat Arun is dat je deze helemaal kunt beklimmen en bovenaan een mooi zicht hebt.
Voor mensen met hoogtevrees is deze tempel af te raden.
De trappen zijn er enorm stijl, vooral in het afdalen moet je voorzichtig zijn.
Els hield het al na één verdiep voor bekeken, ik ben tot boven kunnen gaan waar ik mijn naam kon zetten op een reuze monniken kleed. Dit zou mij veel geluk in de toekomst moeten brengen.
De Wat Po wordt ook de gouden liggende Boeddha genoemd.
Wat Po is mijn favoriete tempel, ik ben er al eerder geweest en het blijft me imponeren.
In de namiddag zijn we naar China town geweest.
Het was de bedoeling om met de kaart de twee belangrijkste straatjes te vinden.
Ik ben op zich al geen goede kaart lezer, laat staan met een kaart in het Engels-Thai’s …
Na heel wat vragen aan niets begrijpende Chinezen, over- en weer geloop door achterbuurtjes, krotten, straat- katten en honden vonden wij Itsaranupap en Yaowarat …
Je kunt het je niet voorstellen, honderden gammele kraampjes vanwaar er soms vreselijke geuren komen.
Winkels met rommel, kleren… ongelofelijk wat we daar de zien kregen.
En dan ook nog het super drukke verkeer, ik denk dat daar, in vergelijking met ons land de Co2 grens wel honderden keer overschreden word.
Ook in downtown China town geen toeristen te zien.
’s Avonds zijn we met de tuk-tuk naar Patpong gereden, de plaats waar veel toeristen verblijven in Bangkok.
Vroeger was Patpong een gevaarlijke buurt met oa prostitutie en drugs.
Nu heb je in Patpong vooral verkoopstalletjes met namaak materiaal, opdringerige verkopers en clubs met danseressen met een paal tussen hun benen (paaldansen).
Wij vonden het leuk om van op terras de mensen te bekijken.
Zo zie je heel veel oudere mannen voorbij gaan met jongene Thaise meisjes … walgelijk om te zien.